| Additionele mogelijkheden |
|
|
|
|
In het vorige hoofdstuk hebben we de basisinstallatie van een d-cinema systeem besproken. Deze bestaat uit een projector en een server, ter vervanging van de 35mm-projector en non-rewind (of spoelentoren). Digitale cinema biedt echter meer mogelijkheden dan een 35mm-projector. In dit hoofdstuk zullen we dan ook ingaan op keuzes die de exploitant moet maken m.b.t. een aantal toevoegingen aan de basisinstallatie:
3D-systemenEr zijn momenteel vier gangbare 3D-systemen op de markt. Grofweg kan een scheiding gemaakt worden in systemen die gebruik maken van polarisatietechniek en de overige systemen. Vuistregel is dat polarisatiesystemen gebruik maken van goedkope (wegwerp-) brillen en ALTIJD een silver screen vereisen. De overige systemen kunnen in principe gebruikt worden met een normaal scherm, maar gebruiken meestal duurdere brillen. Welk 3D-systeem het beste is voor u, hangt erg af van de situatie in het theater. Wanneer de bezoekersstroom goed te controleren is, kan gekozen worden voor een systeem met duurdere brillen. Houd er rekening mee dat brillen voor hergebruik niet alleen ingenomen en opgeslagen, maar ook schoongemaakt moeten worden voordat ze terugkomen bij de bezoeker. Dolby 3DHet Dolby 3D-systeem maakt gebruik van kleurscheiding om het gewenste afdekken van het juiste oog te bereiken. In de projector wordt een 'kleurenwiel' gemonteerd dat zich direct na de xenonlamp in de primaire lichtstroom bevindt. Dit wiel wordt aangestuurd door een controller en loopt exact synchroon met de geprojecteerde beelden. De speciale passieve bril kan op basis van kleurverschillen (gegenereerd door het filter in de projector) op het juiste moment het juiste oog afdekken. De bril zelf is passief en heeft dus geen batterijen of bewegende onderdelen. Door de vaste installatie van het wiel in de projector is het onmogelijk om het systeem tussen zalen te verplaatsen. Naast een zeer nauwkeurige inbouw in de projector, moet er ook veel aandacht gegeven worden aan een kleurmeting van de projector. Hiermee kan het kleurverschil tussen het linker- en rechteroog, dat ontstaat door de verschillende filters, weer gecorrigeerd worden. Ondanks de verschillen tussen installatie in de verschillende merken projectoren, kan gesteld worden dat inbouw van Dolby 3D van alle 3D-systemen de meeste tijd vraagt. Net als XPAND kan het Dolby 3D-systeem met alle typen schermen overweg. Wel moet er rekening mee gehouden worden dat het systeem een vrij inefficiënte lichtdoorlating heeft. Met andere woorden: er gaat zeer veel licht (88%) verloren. Wanneer er sprake is van een scherm breder dan 7 meter, wordt het aantrekkelijk om te kiezen voor een scherm met een gain van 1.4 of hoger (zie het hoofdstuk over schermen voor uitleg over gain). Op deze manier blijft het benodigde lichtvermogen nog een beetje binnen de perken, wat natuurlijk mede afhankelijk is van de keuze van de projector. Ga er van uit dat het systeem bruikbaar is tot een beeldbreedte van maximaal 15 meter, maar dat het in veel gevallen moeilijk zal zijn om een juiste balans in lichtopbrengst tussen 2D en 3D te verkrijgen. Vaak is het al een probleem om 3D-lichtwaarden van 4 ft/l (de aanbeveling van DCI) te bereiken. Voor zeer grote schermen is er een speciale versie van het systeem verkrijgbaar (Dolby 3D LS), dat gebruik maakt van 2 projectoren. Het Dolby 3D-systeem heeft een zeer fraaie kleurweergave en heeft nauwelijks last van ghosting-effecten. Een deel van de kleurcorrectie wordt uitgevoerd in de server. Hiervoor is speciale software nodig tegenwoordig kosteloos te verkrijgen is en beschikbaar is voor de Dolby server, de Doremi en de XDC G3. Mits goed ingesteld is het een bijzonder prettige manier van 3D kijken. De brillen zijn een goed alternatief voor de dure XPAND-brillen, en als men niet wil overstappen op een zilverscherm. Een opmerking moet gemaakt worden over Barco-projectoren in samenwerking met het Dolby 3D-systeem. Als enige hebben deze projectoren een volledig geïntegreerde oplossing, die het Dolby 3D-systeem tot onderdeel van de projector maakt. Ook de normaliter benodigde DCF100-controller komt te vervallen, daar deze functie wordt overgenomen door de software van de projector. MasterImageHet Koreaanse MasterImage-systeem maakt gebruik van een roterend polarisatiefilter voor de gewenste afdekking. Het systeem bevindt zich volledig buiten de projector en bestaat uit een unit die voor de lens van de projector wordt geplaatst. Het bovendeel bestaat uit een metalen schijf met een uitsparing. Hierin draait een kunststof disk rond, die voorzien is van een tiental vlakjes. Dit zijn polarisatiefilters. De snelheid en positie van de disk wordt nauwkeurig bepaald, waardoor deze synchroon loopt met de vertoonde beelden. Wanneer een beeld voor het linkeroog weergegeven wordt, staat er dus een filter voor de lens dat rechts afdekt enz. Het 3D-effect wordt verkregen in combinatie met een zilverscherm (absoluut 100% noodzakelijk) en een gepolariseerde bril. Door het gebruik van het zilverscherm is de lichtefficiëntie van het systeem redelijk hoog. Een 3kW lamp is voldoende voor een 12 meter breed scherm. Voordeel van het systeem is de eenvoudige installatie en de mogelijkheid om het systeem te verhuizen naar een andere zaal (mits voorzien van zilverscherm). Het verplaatsen is echter niet zo eenvoudig als met XPAND. De brillen zijn van het wegwerpmodel en zeer goedkoop; verlies van brillen is normaliter geen probleem. Sinds een jaar zijn de brillen aangepast en gelijk aan de brillen van RealD, dus eventueel ook door elkaar te gebruiken. Bij projectie van 2D-films kan men het filter d.m.v. een drukknop laten zakken, zodat de lens vrij is. Nadelen van het systeem zijn de snelle vervuiling van de disk (zeker in een stoffige cabine) door de hoge rotatiesnelheid (5000 RPM bij triple flash). Dit houdt in dat de disk eigenlijk wekelijks schoongemaakt moet worden om een mooi scherp beeld te houden. Dit schoonmaken is betrekkelijk eenvoudig en duurt niet lang. De kunststof disk kan slecht tegen hoge temperaturen en moet dus ALTIJD draaien als er licht doorheen schijnt. De unit wordt normaliter met de hand gestart! Wanneer dit vergeten wordt, dan zal de disk binnen enkele seconden (bij 6kW) tot enkele minuten smelten en het filter verbranden. Standaard wordt een reservedisk meegeleverd, een nieuwe kost rond de 400 euro. Zoals alle polarisatiesystemen is er enige aanleg voor ghosting. Onder normale omstandigheden is dit echter minimaal en er is geen speciale patch in de server noodzakelijk. Tenslotte maakt het systeem door de hoge rotatiesnelheid meer lawaai dan de andere systemen. RealDRealD is een 3D-systeem op basis van roterende polarisatie. In tegenstelling tot MasterImage maakt men hier echter geen gebruik van een roterende disk, maar van een speciaal paneel waar licht doorheen schijnt en dat van polariteit kan veranderen. RealD was een van de eerste 3D-systemen voor D-cinema en men heeft dan ook zeer veel ontwikkeling en ervaring opgedaan. Dit is goed terug te zien aan hun product. Er zijn 2 systemen beschikbaar. RealD Z-screen RealD XL Omdat het RealD XL-systeem het beeld splitst, worden er aan de voorzijde van de unit ook 2 beelden boven elkaar geprojecteerd. Hierdoor is het essentieel dat het cabinevenster groot genoeg is (vooral hoog). Ook de afstand tussen de lens en het venster wordt vergroot, doordat het filter daartussen geplaatst wordt. Dit draagt er ook toe bij dat het beeld op het venster groter is dan normaal. Voordat er voor dit systeem gekozen wordt, moet er d.m.v. een sheet waarin alle waarden, maten en afstanden ingevuld worden, zeer nauwkeurig gekeken worden of alles wel past en wat er eventueel aangepast zou moeten worden. Dit voorwerk is zeer belangrijk om problemen en teleurstellingen te voorkomen. Zowel het RealD Z-screen als RealD XL hebben een zilverscherm nodig. Net als bij een Z-screen kan het RealD XL-filter (handmatig!) opzij geschoven worden bij vertoning van 2D-films. De installatie van RealD XL kost veel meer tijd dan b.v. het Z-screen, doordat er een behoorlijke constructie aan de projector bevestigd moet worden. Vaak steunt deze zelfs met aparte poten op de grond. Daarna moeten de beide beelden zo nauwkeurig mogelijk over elkaar afgesteld worden. Wanneer dit naar behoren gedaan is, kan 2D ook prima door het filter vertoond worden. De hele controller is in de XL-unit geïntegreerd; via een display is de status af te lezen. RealD heeft een afwijkende financieringsconstructie als het gaat om de aanschaf en eigendom. Beide systemen zijn niet te koop, maar er wordt een licentie gekocht om het systeem voor 5 jaar te mogen gebruiken. RealD levert hierbij dan de benodigde apparatuur. Standaard wordt de RealD XL-unit geleverd; op verzoek (als RealD XL echt niet past) het Z-screen. Beide systemen blijven dus altijd eigendom van RealD. De kosten zijn 10.000 dollar per zaal voor een periode van 5 jaar. Naast dit bedrag moet per bezoeker nog een bedrag van 0,50 dollar per kaartje worden afgedragen. Er zijn nog andere financiële constructies mogelijk, en de prijs kan veranderen als er b.v. voor alle 3D-zalen binnen een concern gekozen wordt voor RealD. XPANDHet XPAND-systeem maakt gebruik van een elektronisch bestuurde bril. Deze bril is voorzien van 2 LCD-panelen die de afdekking van de ogen regelen. De bril wordt bediend d.m.v. een infraroodzender (emitter). Voor het aansturen van de brillenglazen heeft de bril een batterij aan boord. Deze heeft een levensduur van ongeveer 300 uur en zal dus af en toe vervangen moeten worden. De infraroodzender kan zeer eenvoudig achter het cabinevenster geplaatst worden en behoeft slechts een zeer eenvoudige afstelling. Het is dan ook mogelijk om de 3D-installatie binnen enkele minuten naar een andere zaal te verplaatsen. Ook de installatie van het systeem vereist weinig tijd. Het systeem werkt met elk type scherm en heeft nagenoeg geen last van het ghosting effect. Nadeel van het XPAND-systeem is de hoge prijs van de brillen en daarmee de kwetsbaarheid en diefstalgevoeligheid. De bezoekersstroom moet goed in de gaten gehouden worden om er zeker van te zijn dat alle brillen ingeleverd worden. Deze moeten na gebruik gereinigd worden en van tijd tot tijd worden gecontroleerd op werking (hiervoor is een tester beschikbaar). Er is een klein systeem voor zalen tot 120 stoelen en grotere systemen met tot 4 emitters voor grotere zalen. Het systeem zelf is het goedkoopst in aanschaf, de brillen bepalen echter het grootste deel van de prijs. Dubbelprojectie Technisch is het vrij eenvoudig. De server genereert - net als bij een enkele projector - het 3D-signaal over 2 videokabels, waarbij de ene kabel het signaal voor het linker- en de andere het signaal voor het rechteroog bevat. Deze kabels worden nu echter elk op een eigen projector aangesloten. De server wordt verder ingesteld zodat hij met 2 projectoren kan communiceren, waardoor hij de projectoren niet alleen kan besturen, maar zodat ook de encryptie (cinelink2) zonder problemen verloopt. Doremi- en Dolby-servers kunnen hier zonder problemen mee omgaan. Het is aan te bevelen om de objectieven van beide projectoren zo dicht mogelijk bij elkaar te plaatsen. De beide beelden moeten immers zo nauwkeurig mogelijk over elkaar ingesteld worden; hoe verder de projectoren van elkaar af staan, hoe moeilijker dit wordt. Er kan voor gekozen worden om de projectoren naast elkaar op te stellen, maar b.v. ook op elkaar ('stacked'), waarbij dan wel maatregelen moeten worden getroffen om de luchtafvoer van de onderste projector zeker te stellen. Het is afhankelijk van het merk projector of de gemotoriseerde objectieven bruikbaar blijven. Wanneer de instelling van deze objectieven enigszins verloopt, is dit natuurlijk van invloed op de kwaliteit. Het kan dan beter zijn om deze mogelijkheid uit te schakelen. Als 3D filter kan b.v. gekozen worden voor passieve circulaire polarisatiefilters. Daarmee wordt hetzelfde soort polarisatiesysteem toegepast als bij RealD en MasterImage, maar dan met eenvoudige filters in de vorm van glasplaten die wegklapbaar voor de lens van de projector gemonteerd worden. Er is een apart filter voor de linker en de rechter projector nodig en de filters worden met een eenvoudige ventilator gekoeld. Voordeel van het dubbelprojectie-systeem is dat de aanschafkosten van het 3D-systeem heel laag zijn, terwijl de beeldkwaliteit is heel hoog is. Er zijn verder geen extra kosten, zoals bijvoorbeeld licentiekosten. Ook de gebruikte brillen zijn zeer goedkoop (minder dan 1 euro per stuk). Omdat het een polarisatiesysteem is, is er wel een zilverscherm nodig. De lichtopbrengst van deze vorm van 3D-projectie is zeer hoog en vaak kan er voor 2 relatief kleine projectoren gekozen worden. Wanneer er 2D geprojecteerd moet worden kan dit via 1 projector gedaan worden, waarbij het filter wordt weggeklapt. Als de server in 3D-modus blijft staan, hoeven er voor een 2D-voorstelling ook geen kabels omgestoken te worden en kunnen beide projectoren (b.v. om en om) voor 2D-projectie gebruikt worden. Nadeel van het systeem zijn de hoge aanschafkosten van een 2e projector, wat deels wordt gecompenseerd door het goedkope 3D-systeem en het feit dat er een backup-projector is. Daarnaast zijn er extra investeringen noodzakelijk voor het aanleggen van stroom en afzuiging. Er moet ook voldoende plaats in de cabine zijn en de cabinevensters moeten groot genoeg zijn. Naast dit systeem met passieve polarisatiefilters, heeft Dolby een systeem voor grotere schermen met 2 projectoren (Dolby 3D LS) en werkt ook Sony aan een oplossing met 2 machines. Theatre Management System (TMS)Het Theatre Management System (TMS) wordt vaak in één adem genoemd met het digitaliseren van een bioscoop. Een TMS biedt de mogelijkheid om vanaf 1 plek de content en shows van alle zalen in goede banen te leiden. Hierbij moet gedacht worden aan het samenstellen van de shows (maken van een playlist, dus samenstellen van trailers, hoofdfilm, pauze, automatisering enz.) en het maken van een draaischema voor elke zaal (voor bijvoorbeeld de komende speelweek). Zonder TMS is dit ook mogelijk, maar moet dit per zaal op de server zelf worden gedaan. Naast de mogelijkheid om op afstand te programmeren, zal de TMS ook aangeven of alle benodigde content in een playlist ook daadwerkelijk op de server aanwezig is, evenals de benodigde KDM's. Sommige systemen zullen zelfs actief op zoek gaan naar de content op de andere servers of de LMS in het theater, en die automatisch overdragen naar de server waar de content nodig is (afhankelijk van het gebruikte TMS-systeem). Wanneer content of KDM's niet aanwezig zijn, dan zal het systeem de gebruiker hiervan een melding geven. Het systeem zorgt ervoor dat de servers op het juiste moment de juiste show starten en geven informatie over het verloop van de shows, zodat eenvoudig te zien is welke voorstelling waar draait en op welk punt in het programma een voorstelling is. Complete shows (playlists) hoeven niet meer per zaal aangemaakt te worden, maar kunnen door het hele theater worden ingezet. De TMS speelt ook een belangrijke rol in het bijhouden van de gespeelde shows en het opslaan en doorsturen van deze gegevens naar de integrator. Dit i.v.m. het verrekenen van de VPF. Vaak wordt de vraag gesteld vanaf hoeveel zalen je nu eigenlijk een TMS nodig hebt. Dit hangt vooral af van de manier waarop men in het theater wil werken. Wanneer er sprake is van 1 zaal, dan is er geen noodzaak voor een TMS-systeem. Shows kunnen in de server samengesteld worden en iedere server heeft de mogelijkheid om via een vooringesteld schema d.m.v. een 'scheduler' de voorstelling op tijd te starten. Wanneer er echter meerdere zalen zijn, kan een TMS al snel een handig hulpmiddel zijn. Natuurlijk kan men ook zonder en zijn veel servers ook anders op afstand te monitoren (Dolby via een eigen client, Doremi via VNC etc.) en kunnen de servers onderling verbonden worden om content uit te wisselen. Wanneer een TMS-systeem echter als onderdeel van de VPF-deal wordt aangeboden, is er eigenlijk geen reden om die mogelijkheid niet te gebruiken, ook niet bij 'maar' 2 of 3 zalen. Bijkomend voordeel is dat het omgaan met het TMS-systeem vaak al voor een groot deel voldoende is om de voorstellingen goed te kunnen laten verlopen. Men hoeft dus in basis alleen maar kennis te hebben van het TMS-systeem en de interface en niet van de projector of de server. De TMS maakt gebruik van de netwerkstructuur van het theater voor het besturen van servers en projectoren (management-netwerk) en het versturen van content (content-netwerk). Wanneer deze netwerken aanwezig zijn, is dit voldoende voor het TMS-systeem. Er zijn vele TMS-systemen op de markt en de kracht van de meeste systemen is dat ze kunnen werken met meerdere merken servers, en zo (ongeacht het type servers) een gelijke interface voor het gehele theater aanbieden. De meeste serverfabrikanten hebben hun eigen TMS (Doremi, XDC, Dolby), sommige projectorfabrikanten bieden een TMS aan (Kinoton) en er zijn onafhankelijke systemen verkrijgbaar (Dvidea, Unique). Sommige integrators hebben ook een eigen TMS en bieden die aan als onderdeel van een deal (Arts Alliance Media). LMSEen Library Management System (LMS) wordt vaak gezien als onderdeel van het TMS-systeem, maar is in feite niets meer dan een centrale opslagserver voor content. Het is mogelijk om de content vanaf de harddisk eerst op de LMS-server te kopiëren en vanaf daar snel over de servers te verdelen. Wanneer content wat langer bewaard moet worden, biedt een LMS ook uitkomst daar de content dan op de LMS kan blijven staan zonder ruimte op de server in te nemen. Er bestaan verschillende soorten LMS-servers, waarbij het er in veel gevallen op neerkomt dat de server in basis gezien kan worden als NAS- of FTP-server. Extra functionaliteit kan dus zijn dat er van buitenaf content op gezet kan worden door distributeurs (Smartjog of de Gofilex filmkluis), of dat het zelfs mogelijk is om live events via dit systeem weer te geven. Het hangt van de gebruikte LMS-server af, of van het TMS-systeem, hoe flexibel het systeem is in het heen en weer kopiëren van content. Van de LMS naar een server sturen is nooit een probleem. Van een server terug naar de LMS vaak wel. Dit heeft te maken met de manier waarop een server omgaat met de DCP als deze ge- ingest (geladen) wordt. De server heeft niet de mogelijkheid om de DCP – de transportvorm van de digitale film - weer in z'n oorspronkelijke vorm door te sturen. Voor servers onderling is dit meestal geen probleem, maar een LMS is een opslagserver, geen afspeelserver. De noodzaak van een LMS neemt toe als het aantal afspeelservers binnen een theater toeneemt. Toch kan het zelfs met een enkele afspeelserver al handig zijn om een uitwijkmogelijkheid voor opslag te hebben. Let er wel op dat het interessant kan zijn om content te bewaren, maar dat voor de meeste films een KDM noodzakelijk is om hem af te kunnen spelen. Deze KDM is altijd tijdgebonden. Wanneer er gekozen wordt voor een LMS met externe toegang - zoals bijvoorbeeld Smartjog - is de snelheid van deze externe toegang natuurlijk bepalend voor de snelheid waarmee films kunnen worden afgeleverd. De verbinding kan via ADSL lopen, maar er zijn ook mogelijkheden om dit via satelliet of glasvezel te doen, waarbij zeer hoge snelheden mogelijk zijn. |
| Last Updated on Monday, 18 April 2011 23:38 |













