Banner

Sponsors

Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Aanpassingen aan de cabine PDF Print E-mail

Om een projectiecabine geschikt te maken voor digitale projectie, dienen er veelal aanpassingen te worden gedaan. De aard of omvang van deze aanpassingen verschilt per complex, en heeft onder meer te maken met hoe nieuw de bioscoop is en of er de afgelopen jaren veel of weinig in is geïnvesteerd. Sommige benodigde aanpassingen kan de bioscoopexploitant of operateur zelf bedenken; andere komen pas aan het licht in de zogenaamde 'site survey'. In dit hoofdstuk behandelen we de meest courante aanpassingen die men tegen kan komen bij de overschakelingen naar digitale projectie:

  • audio, inclusief alle audio processors, oud en nieuw
  • aansluiten van alternatieve videobronnen
  • afzuiging
  • elektrische aansluitingen
  • cabinevensters
  • internet-aansluitingen en het aanleggen van een netwerk

Audio

De huidige generatie servers maken allemaal gebruik van digitale audio-outputs. Deze uitgangen (meestal AES genoemd) bieden 8 tot 16 digitale kanalen audio. Het geluid is ongecomprimeerd en daarmee vanuit het oogpunt van dynamiek en weergave van zeer hoge kwaliteit. Om het geluid aan de eindversterkers te kunnen aanbieden, moet het omgezet worden van digitaal naar analoog. Deze D/A conversie kan plaatsvinden in een losse D/A converter, in een losse media-adapter of in de audioprocessor.

DCI schrijft voor dat er minimaal sprake moet zijn van een 5.1 audio-installatie. Links,midden,rechts,links surround,rechts surround en subwoofer moeten dus apart aan te sturen zijn. Als we kijken naar de audio processoren van Dolby, dan is het in principe mogelijk om de Dolby CP45,CP55,CP65,CP500 en CP650 voor 5.1 weergave te gebruiken. Er is echter wel een aantal punten waarop gelet moet worden.

CP45: Deze processor moet voorzien zijn van de CAT 515 voor gescheiden surround weergave. Deze kaart is nog te bestellen. Hiermee kan de processor externe 6ch input weergeven. Wanneer de processor in het verleden gebruikt is met DTS of een met een DA20, dan zal deze aanpassing waarschijnlijk al gedaan zijn.

CP55: Er moet een flink aantal aanpassingen gedaan worden aan de backplane van de processor en aan de CAT 243-kaart. Daarnaast moet de processor voorzien zijn van een CAT 441 input card voor 6ch weergave (de oudere CAT 241 voldoet NIET!). Wanneer de processor in het verleden gebruikt is met DTS of met een DA20, dan zal deze aanpassing waarschijnlijk al gedaan zijn. Let op dat de CAT 441 door Dolby niet meer nieuw geleverd wordt. Ook wordt op de CP55 sinds 2008 door Dolby geen service meer aangeboden. Hoewel er kwalitatief niets mis is met de processor, is het aan te raden om na te denken over een vervanger wanneer 35mm-projectie in deze cabine zal verdwijnen.

CP65: Deze processor moet voorzien zijn van de CAT 441 input card voor 6CH weergave. Wanneer de processor in het verleden gebruikt is met DTS of met een DA20, dan zal deze aanpassing waarschijnlijk al gedaan zijn. Let op dat de CAT 441 door Dolby niet meer nieuw geleverd wordt. Ook wordt op de CP65 sinds 2008 door Dolby geen service meer aangeboden. Hoewel er kwalitatief niets mis is met de processor, is het aan te raden na te denken over een vervanger wanneer 35mm-projectie in deze cabine zal verdwijnen.

CP500: Deze processor moet voorzien zijn van de CAT 685 inputcard voor weergave van 6 channel input. Wanneer deze processor in het verleden gebruikt is met DTS, dan zal deze card waarschijnlijk aanwezig zijn. Op dit moment is de CAT 685 nog steeds leverbaar.

CP650: Deze processor beschikt standaard over een 6ch analoge input. Daarnaast is het mogelijk om de processor te voorzien van een 8ch AES input. Hiervoor is de CAT 790 EX -adapter noodzakelijk. Na inbouw van deze kaart (en het evt. aanpassen van de surround aansturing van de eindversterkers) zijn 4 AES ingangen (2 kanalen per ingang) beschikbaar aan de achterzijde. Via een speciale kabel is deze option I/O aansluiting te splitten in een EX uitgang en AES ingangen. Met deze kaart is in principe ook 7.1 weergave mogelijk. De oudere CAT 794 EX-adapter ondersteunt GEEN 8-kanaals digitale ingang en is m.b.t. het aansluiten van een server ook niet bruikbaar!!

D/A converters

Er zijn diverse eenvoudige 8-kanaals D/A converters op de markt om een server eenvoudig met de bestaande audioprocessor te verbinden. Doremi en XDC leveren deze converter desgevraagd mee met de server. Ultra Stereo (USLinc) levert ook een losse converter (DAX-602). Het enige wat deze units doen is het omzetten van de digitale input in een analoge output. Soms is deze output gebalanceerd, zodat er nog een kleine aanpassing gedaan moet worden voordat het signaal aan een audioprocessor kan worden aangeboden.

DMA8 Plus / USL ECI-60
Naast eenvoudige converters zijn er ook zogenaamde media-adapters op de markt. Wanneer men graag de originele processor wil (of moet) behouden, maar toch flexibel wil zijn als het gaat om het aansluiten van diverse (digitale) bronnen, is de aanschaf van een media-adapter een zinnige overweging.

Op de media-adapter kan de digitale output van de server worden aangesloten, waarna de adapter deze omzet naar een analoge output. Daarnaast kunnen er meerdere digitale bronnen b.v. AC3-outputs van Blu-ray players of satellietontvangers worden aangesloten. Dit kan zowel d.m.v. S/PDIF (coax) als TOSLINK (glasvezel). Deze media-adapters bevatten veelal ook een 6-kanaals analoge ingang die doorgekoppeld kan worden en er zijn vaak nog meer mogelijkheden, zoals stereo analoge ingangen waarop Pro-logic encoding mogelijk is. De Dolby DMA8 Plus levert naast deze functionaliteit ook nog de mogelijkheid tot de decodering van Dolby E, een professionele vorm van AC3 die gebruikt wordt op b.v. HDCAM.

USL JSD-80 / Datasat AP20
Dit is een nieuwe generatie audioprocessoren die volledig zijn voorbereid op digitale cinema. Naast een aansluiting voor de server (8-kanaals AES input) bieden ze ook een 8-kanaals analoge input en diverse aansluitingen voor AC3- of PCM-streams (voor het aansluiten van satelliet- ontvanger, Blu-ray etc.).

Bijzonder aan deze processoren is verder dat er ook nog de mogelijkheid is om 2 analoge projectoren aan te sluiten. Op deze manier is weergave van de analoge formaten Mono, Dolby A en Dolby SR mogelijk (let er wel op dat de kwaliteit van b.v. SR-weergave minder zal zijn dan die van een originele Dolby-processor). Via de 8-kanaals analoge input kan eventueel een DA20 SRD-processor worden aangesloten (niet meer nieuw verkrijgbaar!), waardoor volwaardige 35mm-weergave ook nog mogelijk is. De JSD-80 heeft deze aansluitingen standaard aan boord, voor de Datasat is een uitbreiding noodzakelijk.

Beide processoren beschikken over een PC-interface voor het inregelen en kunnen via UTP bestuurd worden. De Datasat AP20 beschikt ook over diverse HDMI-aansluitingen en kan daarmee als 'switch' gebruikt worden om diverse digitale bronnen (beeld en geluid) eenvoudig te kunnen selecteren. Daarnaast heeft deze processor ook nog ingebouwde automatiseringsmogelijkheden door diverse GPI/GPO's. Dit kan gezien worden als dezelfde functionaliteit als b.v. de Jnior modules.

USL JSD-100 / Dolby CP750 / QSC DCP series / Datasat AP20
Een greep uit het aanbod van de laatste generatie audioprocessoren. Deze hebben gemeen dat er geen aansluitingen voor 35mm meer aanwezig zijn. Deze processoren zijn ontworpen en geoptimaliseerd voor de weergave van digitale cinema. Naast de nodige digitale aansluitingen bieden alle processoren nog wel analoge inputs voor non-sync en 6-kanaals of 8-kanaals audio.

Dolby CP750
Deze processor zal zeker door de naam Dolby voor veel bioscopen de processor van de toekomst worden. Qua prijs is de processor zeer interessant en hij heeft veel aansluitmogelijkheden. 7.1 audio ondersteuning, eenvoudige bediening en goede geluidskwaliteit maken de CP750 op dit moment tot een zeer goede keuze.

USL JSD-100
Vergelijkbaar met de CP750 maar goedkoper in aanschaf.

QSC DCP-serie
Dit is meer dan alleen een processor. Wanneer er voor gekozen wordt om de hele geluidsinstallatie te vervangen en b.v. ook nieuwe versterkers te kiezen, is de keuze voor een QSC-processor in combinatie met QSC-versterkers zeer interessant. Naast processing en equalizing biedt deze processor namelijk ook volledige besturing en monitoring van de versterkers en speakers, cross-overs, een ingebouwde booth monitor etc.

Datasat AP20
Deze processor is hierboven al besproken. Wanneer de input card voor 35mm-projectoren wordt weggelaten, hoort hij zeker ook in dit rijtje thuis. Doordat hij een van de meest recente nieuwkomers is, heeft hij een aantal bijzondere functies aan boord.

Aansluiten van alternatieve videobronnen

Zoals al eerder aangegeven, beschikken alle projectoren over de mogelijkheid om naast een server ook alternatieve videobronnen aan te sluiten. In bijna alle gevallen zal dit gebeuren via de DVI-aansluitingen. Hoewel alle projectoren over een DVI-aansluiting beschikken, zijn daar wel een paar opmerkingen over te maken. TI-projectoren hebben standaard 2 DVI-aansluitingen, Sony SXRD-projectoren hebben er 1. In het geval van Sony is dit aantal echter wel uit te breiden m.b.v. een speciale adapter.

Er zijn daarnaast ook speciale satelliet-ontvangers die gebruik maken van HDSDI-aansluitingen (b.v. voor 3D satelliet-uitzendingen). Voor alle TI-projectoren moeten hiervoor de aansluitingen verwisseld worden met die van de server (uitzondering is NEC, die alle projectoren voorziet van 4x HDSDI). Sony heeft hiervoor ook een aparte input-module nodig. Wanneer gebruik gemaakt wordt van een IMB, zijn de HDSDI inputs gewoon beschikbaar.

DVI

Zoals gezegd is DVI de meest gebruikte aansluiting voor alternatieve content. DVI (digital visual interface) bestaat in zeer veel vormen; de aansluiting op D-cinema projectoren is de DVI-D norm (alleen digitale signalen). De laatste jaren is DVI op Home cinema-apparatuur veelal verdrongen door de HDMI-standaard (High Definition Multimedia Interface). Beide standaards zijn echter compatible, en met een eenvoudige kabel HDMI → DVI kan b.v. een Blu-ray speler direct op de DVI-input worden aangesloten. HDMI biedt de mogelijkheid om ook audio te transporteren, DVI biedt deze mogelijkheid niet.

De nieuwe generatie projectoren heeft de eigenschap zelf (beperkt) te kunnen scalen. In de praktijk betekent dit dat apparatuur als een Blu-ray speler, HD satelliet-ontvanger en laptop (met DVI of HDMI aansluiting) direct, zonder tussenkomst van een aparte scaler op de projector kunnen worden aangesloten. Aangezien op deze manier 85% van de meest voorkomende bronnen weergegeven kan worden, is voor de meeste bioscopen de noodzaak van een aparte videoscaler grotendeels verdwenen. De projector kan het aangeboden signaal (720P, 1080P etc.) namelijk over het volledige beeld uitvullen.

Sony-projectoren zijn minder flexibel met het aangeboden signaal en vullen niet automatisch het complete beeld uit. Dit is geen bezwaar, zolang er maar 1080P-signaal aangeboden wordt. Schotelontvangers gaan echter meestal niet verder dan 1080I (interlaced) of 720P.

In het verleden (projectoren van voor 2009) waren er vaak problemen met de beveiliging op HDMI-signalen. Dit is echter verleden tijd. Alle projectoren hebben tegenwoordig volledige HDCP (high bandwidth digital content protection) ondersteuning.

Videoscalers

Om flexibeler te kunnen zijn in het verwerken van videosignalen en de beschikking te hebben over veel meer aansluitingen, zijn er videoscalers beschikbaar. De functie van zo'n scaler is vrij simpel: pas alle mogelijke ingangsignalen aan, zodat die via dezelfde uitgang aan de projector kunnen worden aangeboden. Zoals eerder aangegeven accepteert de digitale projector alleen digitaal signaal binnen de DVI-D standaard. Voor het aansluiten van analoge bronnen (VGA, component, composiet video etc.) is een scaler dus een absolute must.

De signaalbewerking valt uiteen in 2 delen:

  • Het signaal van analoge of digitale bronnen wordt omgezet in een DVI-D signaal
  • De frequentie, colour space, resolutie, opbouw (progressive / interlaced) worden aangepast aan die van het gewenste uitgangssignaal.

Afhankelijk van de aansluitmogelijkheden en de bediening, kan het beeld dus precies pas op het scherm worden geprojecteerd, wat prettig is bij presentaties, aangezien er door masking vaak randjes van het beeld afvallen. Daarnaast kunnen kleuren worden aangepast en afhankelijk van de scaler kan er b.v. eenvoudig geschakeld worden tussen de verschillende ingangen en kunnen extra's worden toegevoegd zoals Picture in Picture en keystone correctie.

Het aanbod aan scalers is zeer groot en de juiste keuze hangt af van budget en de gestelde eisen. Drie modellen worden nader toegelicht:

Barco ACS-2048
19" videoscaler van Barco gebaseerd op Folsom-techniek. Perfecte beeldkwaliteit en zeer eenvoudige bediening op eigen display. Kiest d.m.v. 'auto acquire' altijd de optimale weergave van het aangeboden signaal. Eenvoudige voorkeuzes voor de signalen en alle aansluitingen zitten aan de voorzijde! De scaler beschikt over HD-SDI (!!!!), 2X DVI, VGA, composiet, component (RGBHV) en S-VHS inputs.

Christie Cine-IPM
Professionele scaler, vergelijkbaar met de Barco ACS-2048. Beschikt over DVI-input, component, composiet en S-VHS. Voor VGA moet gebruik gemaakt worden van de component-ingang en een VGA → RGBHV kabel.

Er is standaard maar 1 DVI-ingang beschikbaar en geen HD-SDI. Deze mogelijkheden zijn wel toe te voegen door uitbreidingsmodules. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat de prijs hiervan zeer hoog is: voorzien van HD-SDI-input verdubbelt de aanschafprijs. De scaler is voorzien van afstandsbediening en maakt gebruik van on-screen menu's. De instellingen zijn zeer uitgebreid. Belangrijke features zijn o.a. de mogelijkheid tot keystone correctie (!!!!) en picture in picture. Alleen deze twee opties maken de Christie Cine-IPM al zeer interessant voor b.v. presentaties. Het is alleen jammer dat het aantal aansluitingen wat beperkt is.

Alternatieven
Voor de home-cinema, high end en semi-professionele markt zijn zeer veel scalers beschikbaar. Veel hiervan zijn prima toepasbaar in combinatie met D-cinema projectoren. Wel moet vaak kritisch gelet worden op de gewenste aansluitingen, de kwaliteit van de videoverwerking op een groot scherm en de praktische bediening. Daarentegen zijn er vaak opties aanwezig zoals het meeschakelen of zelfs converteren van audio, iets wat bovenstaande scalers niet kunnen.

Belangrijk is om te bepalen welke aansluitingen nu en in de toekomst gewenst zijn en of een scaler echt nodig is. Daarnaast moet nagedacht worden over de mogelijkheden die een scaler verder nog aan het beeld moet kunnen toevoegen (kleurcorrectie, zoomfunctie etc). Aan de hand hiervan kan dan een keuze gemaakt worden. Dit hoeft natuurlijk niet direct met de aanschaf van een projector te gebeuren.

Temperatuur en klimaat in de cabine

Over dit onderwerp is veel te doen. Digitale projectoren kunnen door hun elektronica en opbouw minder goed tegen warmte dan 35mm-projectoren. Het verdient dan ook aanbeveling om de temperatuur in de cabine niet boven de 35 graden te laten oplopen.

Afzuiging

De beste en eenvoudigste manier om de warmte van de projector af te voeren, is om deze af te zuigen en via een pijp of kanaal naar buiten af te voeren. Alle projectoren beschikken hiervoor over een afzuigventilator. Wanneer er alleen sprake is van 2D-weergave, zal het vermogen van de xenonlamp normaal gesproken gelijk of minder zijn dan van de 35mm-projector. De warmteontwikkeling zal dus nauwelijks meer zijn dan van de filmprojector. Het is echter te simpel om te denken dat er dan dus geen aanpassingen nodig zijn, aangezien de bovengrens veel kritischer is dan vroeger.

Voor 3D-projectie is meer licht nodig, dus zal automatisch ook meer warmte gegenereerd worden. Zorg ervoor dat de afzuiging hierop aangepast is. Grofweg kan het volgende worden aangehouden wanneer gebruik gemaakt wordt van een externe ventilator (één per projector):

  • tot 3000 watt lichtvermogen 600m3 afzuiging per uur
  • vanaf 3000 watt lichtvermogen 1000m3 afzuiging per uur.

Dit is slechts een richtlijn en in overleg met de installateur kan hier natuurlijk van afgeweken worden. Overleg ook altijd met de installateur wanneer er gebruik wordt gemaakt van bestaande (centrale) systemen, sturingen of aansluitingen op het klimaatsysteem van het theater. Denk erom dat wanneer de projector-afzuiging wordt gecombineerd met een centrale afzuiging, deze bij storing ook uit kan vallen!

De gebruikte kanaaldiameter van alle projectoren is 200mm.

Airconditioning

Computers en complexe elektronische apparatuur functioneert het best onder een stabiele, niet al te hoge temperatuur. Om de omstandigheden zo ideaal mogelijk te maken en om extremen uit te sluiten, kan er voor worden gekozen om de projectieruimte ook nog te voorzien van airconditioning. Een stabiele temperatuur komt de levensduur wellicht ten goede, maar brengt ook weer extra kosten in aanschaf en elektriciteit met zich mee. Soms is het echter onvermijdelijk.

Het is aan de bioscoop om goed na te gaan wat de temperatuur in de projectieruimte gedurende het jaar zal zijn. Houd ook rekening met pieken in de zomer! De sensoren in de projector hebben een duidelijke grenswaarde. Wanneer deze overschreden wordt is het einde voorstelling. Denk ook aan de minimale temperatuur in de winter! De ondergrens voor DMD-chips is 10 graden! Wanneer de temperatuur van de chips lager is, zal de projector ook niet werken. Ga af op uw ervaring en overleg ook hier weer met uw installateur over de mogelijkheden.

Elektrische aansluitingen

Zoals al aangegeven bij de opsomming van de diverse projectoren, is de stroomvoorziening van een digitale projector anders dan die van de 35mm. Wordt er voor het aansluiten van de meeste 35mm-gelijkrichters drie fase 400 volt gebruikt, bij digitale projectoren is in veel gevallen een enkelfase aansluiting 230 volt nodig.

In de meeste gevallen kan hier niet simpelweg de bestaande bekabeling voor worden aangepast, aangezien deze meestal is voorzien voor een maximale stroom van 16 amp / fase en is uitgevoerd in 2.5 mm2 draad. Voor de meeste projectoren is een enkelfase voeding (230 volt) noodzakelijk, gezekerd tussen de 16 en 32 ampère. Grofweg kan worden aangehouden:

  • tot 2 kW 16 amp zekering
  • tot 3 kW 25 amp zekering
  • tot 4 kW 32 amp zekering

Deze stroomsterkten kunnen per merk en type nog enigszins verschillen. In de praktijk zal het vermogen wat lager liggen dan op het typeplaatje staat vermeld. Kies indien mogelijk voor zekeringen met een zogenaamde C-karakteristiek of een traag patroon en gebruik bij stroomsterkten boven de 16 amp minimaal 4 mm2 kabel.

Enkelvoudige stopcontacten kunnen worden uitgevoerd in CEE Form 16 of 32 amp stekkers (blauw). Indien al aanwezig, kan er een 3 Fase CEE Form gebruikt worden (5 pins, dus 3P+N+G) waarvan dan slecht 1 fase gebruikt wordt. Wanneer er meerdere zalen zijn, vraag dan uw installateur om de aansluitingen van de projectoren over de verschillende fasen te verdelen. Dit om overbelasting van b.v. fase 1 te voorkomen.

Bij projectoren met lichtvermogens boven de 4kW is de benodigde aansluiting 3fase 400 volt. Normaal gesproken voldoet hier een 16 amp gezekerde aansluiting (3P+N+G). Gebruik hier wel een C-karakteristiek automaat of traag patroon. Zorg ervoor dat de server wordt aangesloten op een ongeschakelde groep met permanente spanning. Vaak wordt er gebruik gemaakt van een UPS noodvoeding om de server te beschermen. Mede hierom is het dus van belang dat deze stroomvoorziening NIET meegeschakeld wordt met b.v. een centrale afschakeling van de projectieruimte! Ook randapparaten zoals b.v. Cinefox hebben een permanente aansluiting nodig.

Alle series 2-projectoren hebben de mogelijkheid om de spanning naar de projector 'op te delen' in een aparte voeding voor de gelijkrichter en een aparte voeding voor het projectiedeel van de machine. Het gelijkrichterdeel vereist hierbij uiteraard een hoog vermogen aansluiting, terwijl het projectiedeel af kan met een normale stroomvoorziening. Zo'n gescheiden voeding heeft eigenlijk alleen maar zin als de voeding van het projectie-gedeelte via een UPS loopt. Bij een dip in het net of bij complete uitval blijft de electronica van de projector gewoon onder spanning. Dit is niet alleen ter bescherming, maar bij een korte onderbreking kan men ook veel sneller de voorstelling vervolgen, omdat alleen de lamp gestart hoeft te worden. Het projectie-gedeellte hoeft immers niet meer opnieuw te starten. Indien de UPS van de server voldoende vermogen heeft, kan het projectie gedeelte hierbij aangesloten worden.

Cabinevensters

Zorg ervoor dat het cabinevenster groot genoeg is. Zeker wanneer men gekozen heeft voor het RealD XL 3D-systeem, is het belangrijk dat het beeld ook daadwerkelijk past. Er bestaan formules om de afmeting van het beeld op het venster vooraf te berekenen. Laat zo'n berekening ook zeker uitvoeren! Let goed op de maat van het onderstel in relatie tot de projectiehoek en een eventuele koof achter het venster (zeg maar de dikte van de muur). Maak altijd het vergelijk met de opstelling van de 35mm projector en houd desnoods deze maten aan. Een digitale projector is flexibeler, maar enige marge kan geen kwaad. Wanneer er gekozen wordt voor afwijkende oplossingen zoals het plaatsen van een projector op rails, houd dan rekening met extra hoogte.

In veel cabines wordt gebruik gemaakt van brandwerend of brandvertragend glas. Dit glas kan een zeer nadelige invloed hebben op gepolariseerde 3D systemen (RealD, Masterimage). Het is mogelijk om vooraf met redelijke zekerheid vast te stellen of er problemen zullen optreden. Brandwerende ruiten zijn over het algemeen herkenbaar aan een merk in de hoek van het glas. Wanneer de ruit vervangen moet worden, overleg dit dan desnoods met de brandweer of verzekering.

Netwerkstructuur

Vrijwel alle verbindingen tussen de verschillende onderdelen van de installatie verlopen via netwerkkabels (UTP). Dit netwerk valt uiteen in verschillende onderdelen:

Management netwerk

Dit zijn de verbindingen tussen de projector, server, automatisering (Jnior), audioprocessor en TMS. Onderling worden commando's uitgewisseld m.b.t. besturing, encryptie, beveiliging etc. Het TMS-systeem bestuurt hiermee de server en toegang van buitenaf gebruikt dit netwerk ook om de projector en server te kunnen benaderen.

Vaak bevindt zich in de projector een eenvoudige switch waarop alle apparaten gekoppeld zijn. De meeste integrators vragen om de switches van de zalen ook weer centraal te koppelen in het centrale serverrack. Hoewel de snelheid van het netwerk niet echt van belang is, is het raadzaam om CAT6-bekabeling te gebruiken tussen de switch in de projector en het centrale rack.

Content netwerk

Dit is de verbinding tussen een centrale opslagserver en de servers onderling. Deze verbinding wordt hoofdzakelijk gebruikt voor het snel overzenden van content. Vanaf elke server loopt er een directe verbinding naar een switch in het centrale rack. De centrale opslag (LMS) is vaak via een meervoudige netwerkkaart met de switch verbonden.

Voor dit netwerk is CAT6- of CAT7-bekabeling noodzakelijk. De afstand van koperkabel mag maximaal 75 meter bedragen. Wanneer de afstand de snelheid gaat beïnvloeden, moet er een glasvezelverbinding opgezet worden.

Internet verbinding

Om verbinding te houden met het network operations centre (NOC) van de integrator, is het noodzakelijk dat er een internetverbinding in het centrale rack aanwezig is. Wat voor een verbinding dit moet zijn en aan welke speciale eisen deze (soms) moet voldoen, wordt meestal bepaald door de integrator. Voor monitoring van uw projectoren, ingrijpen en diagnostiek bij storingen en het (misschien wel belangrijkste) binnenhalen van de noodzakelijke data voor de afhandeling van de VPF, is deze verbinding onmisbaar. Meestal kan de verbinding ook niet met andere toepassingen gedeeld worden en is deze volledig gereserveerd (dedicated) voor de digitale projectie.

Aanleggen van de netwerkstructuur

Overleg tijdens de 'site survey' wat de meest geschikte plek is voor de plaatsing van het centrale rack. Kies hiervoor een plaats met gunstigste lengtes m.b.t. de netwerkverbindingen naar de diverse cabines. Probeer (zoals al eerder aangegeven) om deze verbindingen zo kort mogelijk te houden voor optimale snelheid en het voorkomen van de inzet van glasvezel, wat een stuk duurder is. De dagelijkse bediening van b.v. het TMS-systeem vindt niet plaats in het centrale rack, maar gewoon van achter uw bureau. De plaats van een rack mag, maar hoeft niet in een cabine te zijn.

Let er wel op dat de serverruimte voldoende geventileerd is en dat de temperatuur niet te hoog oploopt (denk hierbij ook aan extremen in de zomer). De levensduur van computers en harddrives wordt aanmerkelijk bekort door een te hoge temperatuur. Wanneer er al een speciale serverruimte aanwezig is, is dit meestal de aangewezen plek voor het centrale rack. Wanneer cabines van airco zijn voorzien en de kabellengtes zijn acceptabel, is dit natuurlijk ook een goede optie. Let wel op dat door de noodzakelijke afzuiging servers behoorlijk veel kabaal kunnen maken. Hierdoor is plaatsing vlakbij een werkplek niet aan te raden.

Het centrale rack is ook het middelpunt van de netwerkbekabeling. Zorg ervoor dat er vanuit dit punt minimaal 2 netwerkkabels naar elke digitale projector/server lopen. Het verdient zeer sterk de aanbeveling om vóór het aanleggen hiervan goed na te gaan wat er in de toekomst verder nog noodzakelijk is aan kabels. Denk hierbij b.v. aan netwerkverbindingen voor Cinefox, streaming media of b.v. een camerasysteem over netwerk. De kosten van het aanleggen van een extra kabel zijn natuurlijk veel lager, dan wanneer deze later extra moet worden toegevoegd. Wanneer er veel aanpassingen moeten plaatsvinden m.b.t. elektra-aansluitingen, is het verstandig om alle bekabeling in een keer te laten aanleggen.

Zorg ervoor dat de netwerkkabels in de cabines netjes in aansluitdozen aan de wand afgemonteerd worden en in het centrale rack in een patch panel. De Cat6- en vooral Cat7-kabels lenen zich er namelijk zeer slecht voor om 'even een stekkertje aan te knijpen'. Bovendien is er in een strak installatieschema geen tijd om dit te doen en de verbinding te testen.

Last Updated on Monday, 18 April 2011 23:38